De Nachtrenner

Stel je eens voor er komt ooit een moment dan is de aarde overvol. Laat staan er komt ooit een dag dan is de aarde zo vol met mensen dat het op elke hoek van de straat op een doordeweekse dag even druk is als op zaterdagmiddag in het centrum. Als ik heel erg mijn best doe om mij dat voor te stellen krijg ik het benauwd en voel ik me ongemakkelijk.

Jaren geleden had ik de idyllische gedachte dat als de aarde ooit zó druk zou worden dat de maatschappij zou worden opgedeeld in twee bevolkingen. De dagmensen en de nachtmensen. De dagmensen leven overdag en slapen ’s nachts, en de nachtmensen leven ’s nachts en slapen overdag. Zo is het verboden om je als nachtmens overdag in het openbaar te bevinden en andersom. In de gedachte die ik heb, heb ik me altijd voorgesteld dat een jongen uit het nachtleven hopeloos verliefd wordt op een meisje uit het dagleven. In mijn verbeelding zit hij ’s nachts voor haar raam, terwijl zij door een opgelicht slaapkamerraam naar buiten kijkt terwijl hij op een paaltje zit. Ik heb er nooit verder over nagedacht hoe dit liefdesverhaal zou zijn afgelopen, omdat ik er nog altijd van kan genieten zolang het dit open einde heeft.

In al die jaren dat ik deze gedachte bij me draag heb ik nooit gedacht dat ik dié jongen zou kunnen zijn uit het nachtleven, maar alle nachten dat ik na twaalf uur ’s nachts nog even een rondje ga hardlopen voelt het alsof ik in mijn eigen verhaal ben beland. Een nacht leeft namelijk ook, op zijn eigen manier. Water ligt er zo stil bij dat het lijkt alsof het slaapt. Al je zintuigen worden sterker, je hoort bladeren vallen en ritselen in elk oor en voor het eerst ruik je het asfalt terwijl je er overheen loopt.

Al deze echte ervaringen geven het verhaal nog meer leven. Vanaf het moment dat ik de deur dan ook daadwerkelijk achter me sluit heb ik het gevoel alsof er iemand op me wacht. Ik weet niet wie en ik weet niet waar, maar gedreven door het prettige ritme van de nachtelijke elementen laat ik me voortbewegen.

Ik ren, ik kijk, ik luister, ik proef en probeer vol te houden tot het moment dat ik er ben, bij haar, terwijl ik geaaid wordt door een warme wind.. Ik ben er van overtuigt dat ik de persoon was tot ik de zee bereikte, en dat ik hem was tot dat ik thuis de deur weer opendeed. Ik heb haar niet gevonden en zij heeft mij niet zien zitten. Maar ik weet dat er meer nachten komen, want over hoe dit eindigt.. daar heb ik nog nooit verder over nagedacht, omdat ik er nog altijd van kan genieten zolang het dit open einde heeft.