Dé Saab

Stoïcijns loop je over de parkeerplaats naar je auto. Een grote kans dat het een tweedehands auto betreft die je nog geen vijf jaar geleden zorgvuldig op internet of bij een dealer hebt uitgekozen, het een auto is van de zaak van nog dit jaar, vorig jaar of misschien nog net het jaar daarvoor of toch misschien die comfortabele familie auto met air conditioning. Arrogant trek je het parkeerkaartje onder je raamclip vandaan en gooit die vervolgens op de grond want je werkdag zit er immers weer op en terwijl je wordt bijgepraat over de laatste file’s draai je de parkeerplaats af en vermeng je jezelf met de lopende avond spits. Terwijl jij in een roes je auto hebt gepakt en naar huis bent gereden stond daar op die zelfde parkeerplaats een Saab. Zwaar ademend vanwege de passie voor het eigen fysieke bewustzijn. Gesmolten rubber waar de banden de grond raken omdat ze kwijlen van het verlangen om te bewegen in een windstroom. Gepantserd in een door donkergrijs glad getrokken staal overgoten maliënkolder, de onoverwinnelijke voorbereiding voor elke infrastructurele veldslag. Klinkende vliegtuigdeuren, glimmende deurklinken en een stuur dat onder het vernis nog leeft. Noem het een man en het laat je geborgenheid zien, noem het een vrouw en het toont je exceptionele kracht en zo zeg jij dat je met de auto bent terwijl dé Saab er nog staat?