In het onbewuste

Mijn kids verliezen merkwaardig op het gras verhoogd in een bruin café, woest loop ik via het enigste gangpad naar buiten, onderweg naar de uitgang gooi ik twee glazen van tafel welke beide versplinteren, ik kan het doen want ik heb niets meer te verliezen. Mijn zus komt me vanaf de bar achterna om me op te voeden maar eenmaal buiten neem ik bochten met ongekende snelheid. Een balkon van driehonderd meter over Venitiaans water in spiegelbeeld van de andere oever. Met angst ren ik tot voorbij het einde terwijl Palestijns ogende rovers mij met zwaarden proberen te achterhalen terwijl ik stapels legerkleding probeer te ontwijken. Gesprongen maar nog niet verlost betreed ik vier meter onder mij via een bootje het kapitalen landgoed van een onbekende. Ongevraagd en achtervolgd treed ik de villa binnen. Via de trap sta ik aan de voorzijde in het zand en kijk ik naar een waslijn gespannen boven een marktkraampje met tapijten, ik wrijf in mijn ogen en het enige wat ik dan nog weet is dat ze me thuis missen.