Omhels duisternis, angst is persoonlijk

Ik zit hier met tranen in mijn ogen, want ik begrijp het niet. Ik heb mijn ogen dicht, zoute druppels in mijn buik als een woeste zee. Zittend op de grond met mijn hoofd tussen mijn benen. Duisternis heeft me proberen aan te vallen, maar ik heb de aanval afgeslagen met licht dat ik in mezelf heb gevonden. Angst heeft geprobeerd me pijn te doen maar ik heb het vast gepakt en doen omhelzen. Het fluistert in mijn oor: “je hebt me nodig” maar in de tussentijd maakt het me ziek. Kijk goed en je ziet me zitten ineengedoken, kwetsbaar als een blootliggend orgaan. Kijk beter en je ziet mijn ziel met daarom een zwarte stip. Mijn angst voor het onbekende is gemarkeerd, zoals bij iedereen. De zwart stip refereert naar sterfelijkheid en is sinds mijn geboorte op een levenswerk gaan lijken waarbij er veel vlekken zijn ontstaan. Het onbekende is nu overal en het volgt me van dichtbij. Hoe hard ik probeer om er van weg te lopen, het trekt me aan, het vertraagd me als een platenspeler waarvan de batterijen langzaam opraken. De wil is niet sterker dan overmacht en het licht niet sterker dan de duisternis. Het net sluit zich. Uit het niets sta ik op en veeg ik de tranen van mijn gezicht. “In duisternis schuilt licht!.” Angst is persoonlijk wat betekent dat angst volledig kan worden verdreven. Blijdschap en geluk zijn me omgeslagen als een warme jas op een winterse dag. Er bestaat geen plek zonder licht, zelfs niet in duisternis.